Een ode aan Weimar’s Wijkpaleis door Dario Goldbach

Het is heet. Het is snikheet. Het is Tropisch warm dat ik niet weet waar ik het zoeken moet. Mijn shirt plakt aan mijn rug en mijn bril glijdt van mijn neus. In mijn slaapkamer vliegen muggen en zonnebrand is duur. Maar klagen mogen we niet wanneer de zon schijnt, en al helemaal niet wanneer de zon schijnt op zo’n prachtige plek als Weimar’s Wijkpaleis.

Een heus paleis! Een prach-tige plek in een prachtigestraat. Een straat waar ik 11jaar lang om de hoek heb gewoond. Waar ik in mijn wilde jaren de vele coffee-shops ontweek om de beste hasj te halen bij het theehuis om de hoek. Maar dat heb je niet van mij. Waar ik roti haalde bij Shereen, waar ik Slick Mister Vinz mij koffie liet schenken bij de Hit ‘n Run hier verderop, waar ik op elk moment van de dag neer kon strijken bij CaféEmma.

Een bruisende straat in eenbruisende wijk, waar je af entoe van je sokken wordt gereden maar altijd op een gemoedelijke manier, juist daar, juist die plek, verdient zo’n plek. Zo’n plek als deze. Zo’n plek waar je samen kan komen met de mensen die je anders voorbij loopt, zo’n plek waar je ongedwongen koffie zonder schermtijd kan genieten, zo’n plek waar je kan je niks hoeft, zo’n plek die iets ouderwets goeds probeert te doen.

Het bestaat nog.

Want hier op deze plek, deze plek die pas een jaar bestaat, zie je hoe hard dit soort plekken nodig zijn. Toen ze hier een jaar geleden binnenstapten begonnen ze eerst met tegels wippen in de tuin die nog geen tuin was. Waarvan ze een tuin hebben gemaakt. Een tuin die leven aantrekt, mens en dier. Waarde koolmees terugkwam en een of andere zeldzame bij. Waar je verwelkomt wordt met perenijsjes en dubbel-dekkers, waar de buurvrouw opeens om acht uur ‘s morgens de keuken staat teschrobben omdat ze het leuk vindt. Dat is belangrijk.

Dit is belangrijk. Ik mocht de antwoorden van een vragenlijst inzien, door jullie ingevuld. En de reacties spraken boekdelen. Jullie noemden het een verlengde van thuis, het gevoel van een dorp in een stad, een bruisende plek voor jong, jongeren en jong van geest, een fenomeen waarvan je je af kunt vragen hoe we het ooit zonder hebben gekund, een plek waar iemand na ziekte weer rustig kon reïntegreren, men noemde het belangrijk, laagdrempelig, veelzijdig, creatief, toegankelijk, huiselijk, gezellig, gast-vrij, welkom, zorgzaam maar bovenal verbindend.

En die verbinding oogst inspiratie. Jullie hadden ideeën, plannen, suggesties. Filmavonden, boekenclubs, potlucks, dansavonden, zangcirkels en misschien welmijn favoriet: de klaagavond. Want klagen verbindt.

Er is altijd wat te klagen. Maar klagen impliceert een soort overdrijven. Alsof er niks te klagen valt. Maar soms is klagen heel valide.

Want in jullie antwoorden ging het ook om bestaansrecht. Om zekerheid. Om bouwen aan iets dat niet zo-maar verdwijnt.

Want grootse miljoenenprojecten van hippe ontwikkelaars zijn ook belangrijk! Zeker. We moeten ergens wonen. In torens met tuinen op het dak. In woon/werkoplossingen met ingebouwde sportscholen en matcha-kraampjes in de lobby, natuurlijk. Iemand vertelde mij ooit dat die projecten gemiddeld tien jaar duren. Gemiddeld. Daarvan bouw je maar twee of drie jaar. De rest is vergunningen en regeldruk en inspraakavonden en heel veel sfeerimpressies. In sfeerimpressies schijnt altijd de zon.

Maar hier, vandaag, nu, nu schijnt ook de zon, en leven we in onze eigen sfeerimpressie van hoe het zou kunnen zijn. Als de buurt samenkomt. Als mensen zich inzetten. Als we ons beste beentje voor zetten. En dát doen de lieve mensen hier in hun wijkpaleis. Keihard werken. Allemaal in de onzekerheid van een jaarcontract dat voortijdig beëindigt kan worden. Want we kunnen nog tien mensen op dit podium zetten die vertellen hoe belangrijk plekken als deze zijn, maar laten we alsjeblieft blijven beseffen dat ze hier niet zijn als voertuigen van gentrificatie. Als businesscase dat je hier echt leuk kan wonen ondanks de coffee-shops. Maar dat we ons moeten inzetten om plekken als deze een toekomstperspectief te geven.

Want op een dag wil ik ook een appartementje in een toren uit een sfeerimpressie. Maar ik zou zo graag geen buurtinitiatief ,cultureel centrum of kunstenaarsartelier ervoor opofferen.

Want plekken zoals deze, is waar het om gaan in een stad. Ik wil meer waterijsjes, meer koffieavonden, meer connectie, meer verbinding en, om af te sluiten met nog een suggestie van jullie, een wijkpaleis in elke buurt. Mag ik een daverend applaus voor jullie!

Dankjewel

Dario Goldbach - Schrijver

Volgende
Volgende

"Zonder al deze mensen is er geen Weimar's Wijkpaleis"