Vastgoed voor de gemeenschap

Dinsdag 26 mei 2026 was de vijfde editie van Kijk op de Wijk, een reeks avonden waarin buurtbewoners, belangstellenden en professionals met elkaar in gesprek gaan over de wijk van de toekomst. Vanavond is het thema ‘vastgoed voor de gemeenschap.’ Tijdens interactieve workshops verkennen de aanwezige gasten de betekenis van maatschappelijk vastgoed. Professor stedelijke vernieuwing Reinout Kleinhans legt daarna uit over de methodes die worden gebruikt om de relevantie van dit onderwerp onder de aandacht te brengen.

De avond begint met een rondleiding door het gebouw Weimar’s Wijkpaleis, gevestigd in het voormalig onderkomen van De Toermalijnschool. Wandelend door de gangen vertellen Wijkpaleizers van het eerste uur over de totstandkoming van deze nieuwe locatie in de Weimarstraat. Initiatiefnemer (naam, woont op Gaslaan) herinnert zich als de dag van gisteren hoe een groep actieve buurtbewoners interesse toonden in het gebouw nadat tweeëneenhalf jaar geleden bekend werd dat de Toermalijnschool naar een andere locatie zou verhuizen.

Wijkpaleizer Guus Frenay vertelt op zijn beurt over enkele uitdagingen waar Weimar’s Wijkpaleis momenteel mee te maken heeft. Vanwege de huidige verhuurconstructie met de Gemeente Den Haag en Ad Hoc (klopt dat zo?) is het onduidelijk hoe lang Weimar’s Wijkpaleis in het voormalig schoolgebouw mag verblijven. Door een grote draagkracht uit de wijk durft de organisatie desondanks ingecalculeerde risico’s te nemen bij het uitvoeren van langetermijnplannen. ‘Dit kan alleen omdat we het samen doen met een grote groep betrokken buurtbewoners.’

Na de rondleiding gaan de deelnemers in groepen uiteen voor een workshop die ons uitnodigt tot reflectie over de maatschappelijke waarde van onze lievelingsplek. Zo denkt een van de aanwezige vastgoedprofessionals aan Villa Ockenburgh, een landhuis in Loosduinen dat in verval was geraakt. Door een burgerinitiatief om de villa op te knappen, is het sinds een aantal jaar een aangename ontmoetingsplek waar je kan genieten van het groen om je heen. ‘Vroeger namen mijn ouders me op zondag mee naar Landgoed Ockenburg, nu kom ik er met mijn eigen kinderen in het nieuwe restaurant.’

Zichtbaarheid in de straat is voor een Wijkpaleis van groot belang. Daar ging de tweede workshop over. Samen met een aantal mensen hebben we gekeken hoe de vrij gesloten architectuur van het Wijkpaleis meer kan laten zien van wat er binnen te doen is. Hoe creëer je een gebouw dat een welkom gevoel krijgt. Hoe krijg je buiten binnen? Markante deuren die open staan, een luifel, glas in lood ramen ontworpen door de buurt.

Tijdens het eten -bereid door Umberto Ceriana van Revolutionary Kitchen ondersteund door een team van wijkchefs- kan iedereen de opgedane indrukken laten bezinken, bijpraten met bekenden, nieuwe vrienden ontmoeten (Ben jij trouwens al vriend van het Wijkpaleis? Meld je aan via deze link!) én vooruitblikken op het laatste deel van de avond waarin we verder met elkaar nadenken over het belang van maatschappelijk vastgoed.

Zodra Guus de gasten wederom welkom heeft geheten, benoemt hij waarom Weimar’s Wijkpaleis van toegevoegde waarde is voor de buurt. ‘Op deze locatie kan je initiatieven aan elkaar koppelen, vindt laagdrempelige kruisbestuiving plaats en kan je doorlopend evenementen van hoogwaardige kwaliteit organiseren. Bovendien verhuren wij hier ruimtes aan ondernemers die ieder een netwerk hebben dat reikt tot in de haarvaten van de wijk.’

Gastspreker professor Reinout Kleinhans neemt vervolgens het woord en onderschrijft Guus’ verhaal over Weimar’s Wijkpaleis. 'Maatschappelijk vastgoed geeft je letterlijk de ruimte om iets op te bouwen. Het functioneert als een zogeheten ‘third space’, biedt de mogelijkheid om een verdienmodel te ontwikkelen en geeft een signaal aan je omgeving dat je een duurzame en serieuze partner bent - een partij om rekening mee te houden bij besluitvorming over de wijk.’

Kleinhans beaamt dus dat het Wijkpaleis een positieve bijdrage levert aan de stad. De vraag is echter, stelt hij, hoe breng je deze relevantie helder over het voetlicht bij maatschappelijke partners zoals de gemeente? Het kan tenslotte lastig zijn om sociale impact concreet te maken.

Als antwoord op zijn vraag haalt Kleinhans een anekdote aan waaruit blijkt dat investeren in sociale voorzieningen veel kan opleveren. Hij neemt de bezoekers mee naar het Chicago van 1995, toen de stad werd geteisterd door een extreme hittegolf. Nadat de stadsautoriteiten in verlegenheid werden gebracht door het grote aantal sterfgevallen, wees sociologisch onderzoek uit dat buurten met een gebrekkige sociale infrastructuur een hoger aantal overlijdensgevallen telden. In buurten met voldoende maatschappelijke voorzieningen konden bewoners tijdens de ergste hitte naar centrale plekken om aldaar in een verkoelde ruimte te verblijven.

‘Voor succesverhalen over gemeenschappelijk vastgoed hoeven we trouwens niet zo ver over de grens te kijken’, vervolgt Kleinhans zijn verhaal. Ook in Nederland zijn er talloze initiatieven die het belang van vastgoed voor de gemeenschap aantonen. Kijk bijvoorbeeld naar de Afrikaanderwijk Coörperatie in Rotterdam-Zuid, dat een zelfstandig ecosysteem heeft gecreëerd om geldstromen binnen de wijk te houden.’

'Het doorvertellen van zulke verhalen speelt een belangrijke rol om mensen en samenwerkingspartners de waarde van maatschappelijk vastgoed te laten inzien’ zegt Kleinhans. ‘Ze nodigen uit om te leren van ervaringen, stellen je open voor het perspectief van anderen en triggeren de verbeeldingskracht die nodig is om na te denken over de wijk van de toekomst.’

Volgende
Volgende

KIJKopdeWIJK #4